De stigmatisering op bedrijfsfalen is erg hardnekkig in Nederland, maar komt vooral voor bij grotere faillissementen. Indien ondernemers toch een tweede kans willen creëren dan zijn individuele bankiers de poortwachters voor kapitaal.

Voor de meerderheid van ondernemers betekent een faillissement het einde van de ondernemerscarrière. Een van de voornaamste redenen is de terughoudendheid van banken om kapitaal te verstrekken aan ondernemers die eerder failliet zijn gegaan en die zich weer willen storten in een nieuw bedrijf. De geldverstrekkers zien het bedrijfsfalen als een signaal van onvermogen of wangedrag van de ondernemer en dus een grote risicofactor. Deze antipathie is te begrijpen vanuit risicomanagement, maar een gemiste kans voor de banken. Wetenschappelijk onderzoek toont namelijk aan dat vijf procent van alle ondernemers ergens in hun loopbaan te maken krijgt met een faillissement. Echter, de overlevingskans voor een ‘herboren’ ondernemer – een zogeheten herstarter – is aanzienlijk hoger in vergelijking met een beginnend ondernemer.

Het goede nieuws is dat veel banken deze informatie ook (her)kennen en de aanvragen van herstarters niet direct afwijzen, maar steeds meer overlaten aan de persoonljke verantwoordelijkheid van bankiers. De individuele bankier zal dus een oordeel moeten vellen over een kredietaanvraag van een ondernemer die bij een eerder avontuur toch de deuren heeft moeten sluiten. Onderzoek in 2007 bij een grote Nederlandse bank, dus voor de ineenstorting van het financiële systeem, toont aan dat bankiers met een meer ondernemende houding, eerder een kredietaanvraag van een herstarter overwegen. Dit wil nog niet zeggen dat ze ook daadwerkelijk overgaan tot een lening, maar hun houding is wel positiever. Bovendien blijkt uit ditzelfde onderzoek dat als bankiers een faillissement zien als een leerervaring, ze meer genegen zijn om een kredietaanvraag te honoreren. Bankiers staan ook sympathiek tegenover herstarters als ze herkennen dat herstarters worden gestigmatiseerd. Ze zijn dan meer genegen om de kredietaanvraag te overwegen.

Het hiervoor vermelde onderzoek is overigens uitgevoerd in Nederland en het is belangrijk te bedenken dat de stigmatisering hier hoger is dan bijvoorbeeld in Noord Amerika. Deze stigmatisering is over het algemeen minder hoog dan we in in dagelijkse gesprekken pretenderen, maar neemt wel toe in de jaren met veel faillissementen en in de maanden na een prominent faillissement, zoals in 2009 met de DSB Bank. Een grote veroorzaker van dit verhoogde stigma is de media die vooral bij het faillissement van een grote organisatie de ondernemer afschildert als een schurk die verantwoordelijk is voor het bedrijfsfalen en meer oog heeft voor zijn eigen positie. Ondernemers met kleinere bedrijven daarentegen die failliet gaan, worden geportretteerd als slachtoffers van het systeem. Hen treft geen blaam. Het taboe weerhoudt ondernemers wel van het opzetten van een nieuw bedrijf. Het is dus tijd voor de weergave van succesverhalen van herstarters, niet alleen van leuke start-ups. We kunnen er niet alleen veel van leren maar ook de herstarter meer waarderen…

 

Deze column is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek van:

Metzger, G, & Niefert, M. (2006). Restart-performance and the returns of previous self-employment. Discussion Papers on Entrepreneurship, Growth and Public Policy (1806), 2006–2018.

Stam, E., Audretsch, D., & Meijaard, J. (2005). Entrepreneurial intentions subsequent to firm exit discussion papers on entrepreneurship, growth and public policy. Jena: Max Planck Institute.

Wakkee, I., & Sleebos, E. (2015). Giving second chances: the impact of personal attitudes of bankers on their willingness to provide credit to renascent entrepreneurs. International Entrepreneurship and Management Journal, DOI 10.1007/s11365-014-0300-0

Wakkee, I.A.M, & Danskin Englis, P. (2015). The stigmatization of bankrupt entrepreneurs in Dutch newspapers. Journal of Small Business & Entrepreneurship, DOI: 10.1080/08276331.2015.1017869.

 

Share This