Er wordt veel geschreven over de Generatie Einstein en Het Nieuwe Werken. Hierbij staat het intern ondernemerschap centraal. Maar hoe gaat we dit dóen

Ondernemerschap binnen organisaties wordt een steeds ‘hotter’ item. Onlangs verscheen een rapport van EIM over ondernemen in de zorgsector en dat is niet de enige sector waar wordt gesproken over ondernemerschap. In alle sectoren wordt een actievere houding gevraagd van medewerkers en managers om ervoor te zorgen dat de kansen in de markt beter worden gesignaleerd en dat er meer initiatieven en projecten worden geïnitieerd. De stelling is dat door het stimuleren van ondernemerschap innovativiteit en groei wordt gestimuleerd zodat er

  • nieuwe producten en diensten worden ontwikkeld,
  • (maatschappelijke) problemen worden aangepakt,
  • medewerkers (de Organisatie-Ondernemers) zich persoonlijk sterker kunnen ontwikkelen.

Een aantal van deze elementen zien we ook terug als we kijken naar het wensenpakket van Generatie Einstein, ofwel Generatie Y. De medewerker van de toekomst heeft behoefte aan een uitdagende en stimulerende werkomgeving met ruimte voor creativiteit. Wat er van de nieuwe medewerker wordt gevraagd zijn competenties als daadkracht, initiatief, marktgerichtheid, visie en probleemanalyse. Er wordt een ondernemer gevraagd die bereid is om in het keurslijf van een organisatie mee te lopen. Dat wordt lastig, want zal de échte ondernemer wel bij de organisatie blijven? Dat gebeurt alleen als de organisatie hem of haar de ruimte biedt om zichzelf te ontplooien. En eigenlijk roepen we dat al vele decennia: “De mensen zijn ons grootste goed!”

Toch zijn er blijkbaar weer nieuwe termen nodig als Het Nieuwe Werken en ondernemerschap om de aandacht te vestigen op de mensen die deel uitmaken van de bedrijfsclub. En die medewerkers willen ook graag ondernemend zijn, de werkgever is er blij mee omdat het bedrijf zich verder kan ontwikkelen. Dus, waarom gebeurt het nog zo weinig?… Omdat mensen liever vasthouden aan bestaande patronen en gewoonten en niet graag veranderen. Maar laten we duidelijk zijn, we MOETEN veranderen, want de wereld verandert CONTINU.

Het wordt dus de hoogste tijd dat de managers de medewerkers ruimte geven om daadkracht en initiatief te tonen en hen daarin ondersteunen en stimuleren. De managers van deze wereld moeten open staan voor nieuwe ideeën en zoals een ondernemer gaan denken in mogelijkheden in plaats van moeilijkheden en bedreigingen. We zullen dus niet zozeer de medewerker op training moeten sturen, maar in eerste instantie de manager. Hij of zij zal de faciliteiten moeten bieden voor de medewerker om als ‘intrapreneur’ te kunnen acteren. Van de manager wordt verwacht dat hij zich als ware leider opstelt om de medewerkers te enthousiasmeren en te motiveren om het beste uit zichzelf naar boven te kunnen halen. De rol van de traditionele manager is dan ook uitgespeeld. Zowel de ondernemer als de manager dienen leiders te worden die de medewerkers faciliteren om tot bloei te kunnen komen. Pas dan kunnen we stappen voorwaarts maken.

 

Share This