Visie is meer dan een droom

Om succesvol te kunnen zijn, is een heldere kijk op je bedrijf van groot belang. Luister en praat en maak je eigen roadmap.

Visie is een zeer belangrijke eigenschap van succesvolle ondernemers, ongeacht de grootte van het bedrijf. Zowel voor (beginnende) zzp’ers als grotere mkb-bedrijven is het noodzakelijk dat de ondernemer een beeld heeft van het vakgebied, de rol van zijn onderneming en de toekomstige ontwikkelingen.

Een visie geeft dan ook richting aan de onderneming, aan alle medewerkers die daar deel van uitmaken en aan je relatie met de buitenwereld. Kijkend naar grote leiders als Richard Branson en Percy Barnevik dan hebben zij een heel sterke visie ondersteund door een sterke drang om moreel goede dingen te doen. Ze geven daarmee een diepere betekenis aan hun handelen en hun onderneming. Een visie brengt dan ook niet alleen een ’roadmap’ voor de activiteiten, maar ook motivatie en inspiratie. Een visie geeft betekenis.

Visie is niet alleen het hebben van een droom, het is ook de vertaling van marktontwikkelingen naar een richting voor de onderneming. De volgende vragen maken duidelijk of je visie hebt:

  • Weet je goed wat je wilt bereiken met je bedrijf?
  • Houd je je op de hoogte van actuele ontwikkelingen?
  • Lees je veelvuldig vakbladen, bezoek je congressen en beurzen en heb je regelmatig gesprekken met andere ondernemers?
  • Bespreek je vaak met anderen (intern of extern) de voornaamste uitdagingen en ideeën voor de onderneming?
  • Doe je ook wel eens ‘niets’ om tijd te nemen voor je visie?
  • Heb je voor jezelf helder onder welke omstandigheden je de meeste inspiratie en nieuwe ideeën krijgt?

Hoe meer vragen je positief kunt beantwoorden hoe beter je in staat zult zijn om een visie te ontwikkelen. Je kunt de volgende tips gebruiken om visie te ontwikkelen.

Tip 1.  Luister en praat

Door naar andere ondernemers, vakexperts en consultants te luisteren en met hen in gesprek te gaan, leer je over nieuwe ontwikkelingen. Als je deze de revue laat passeren of bespreekt met collega’s kom je tot inzichten op de invloed van deze trends op jouw werkterrein. Daarnaast kun je de literatuur op je vakgebied of branche bijhouden en regelmatig een presentatie van een trendwatcher bijwonen. Dit zal je inspiratie en nieuwe ideeën geven.

Tip 2.  ‘Best and bad practices’

Het in kaart brengen van ‘best practices’ als ‘bad practices’ in jouw branche geeft inzicht in de aanpak die zij hanteren. Formuleer dan jouw mening op beide kanten en vertaal dit naar jouw persoonlijke visie.

Tip 3.  Beeld of woord

Als je kijkt naar alle informatie die je hebt vergaard, waar wil je dan over een aantal jaren met je bedrijf staan? Dit kun je voor jezelf vertalen naar een geschreven visie op papier, maar je kunt je visie ook in beeld (aan de hand van bijvoorbeeld een collage of mindmap) opstellen.

 

 

 

 

De werkondernemer

Er wordt veel geschreven over de Generatie Einstein en Het Nieuwe Werken. Hierbij staat het intern ondernemerschap centraal. Maar hoe gaat we dit dóen

Ondernemerschap binnen organisaties wordt een steeds ‘hotter’ item. Onlangs verscheen een rapport van EIM over ondernemen in de zorgsector en dat is niet de enige sector waar wordt gesproken over ondernemerschap. In alle sectoren wordt een actievere houding gevraagd van medewerkers en managers om ervoor te zorgen dat de kansen in de markt beter worden gesignaleerd en dat er meer initiatieven en projecten worden geïnitieerd. De stelling is dat door het stimuleren van ondernemerschap innovativiteit en groei wordt gestimuleerd zodat er

  • nieuwe producten en diensten worden ontwikkeld,
  • (maatschappelijke) problemen worden aangepakt,
  • medewerkers (de Organisatie-Ondernemers) zich persoonlijk sterker kunnen ontwikkelen.

Een aantal van deze elementen zien we ook terug als we kijken naar het wensenpakket van Generatie Einstein, ofwel Generatie Y. De medewerker van de toekomst heeft behoefte aan een uitdagende en stimulerende werkomgeving met ruimte voor creativiteit. Wat er van de nieuwe medewerker wordt gevraagd zijn competenties als daadkracht, initiatief, marktgerichtheid, visie en probleemanalyse. Er wordt een ondernemer gevraagd die bereid is om in het keurslijf van een organisatie mee te lopen. Dat wordt lastig, want zal de échte ondernemer wel bij de organisatie blijven? Dat gebeurt alleen als de organisatie hem of haar de ruimte biedt om zichzelf te ontplooien. En eigenlijk roepen we dat al vele decennia: “De mensen zijn ons grootste goed!”

Toch zijn er blijkbaar weer nieuwe termen nodig als Het Nieuwe Werken en ondernemerschap om de aandacht te vestigen op de mensen die deel uitmaken van de bedrijfsclub. En die medewerkers willen ook graag ondernemend zijn, de werkgever is er blij mee omdat het bedrijf zich verder kan ontwikkelen. Dus, waarom gebeurt het nog zo weinig?… Omdat mensen liever vasthouden aan bestaande patronen en gewoonten en niet graag veranderen. Maar laten we duidelijk zijn, we MOETEN veranderen, want de wereld verandert CONTINU.

Het wordt dus de hoogste tijd dat de managers de medewerkers ruimte geven om daadkracht en initiatief te tonen en hen daarin ondersteunen en stimuleren. De managers van deze wereld moeten open staan voor nieuwe ideeën en zoals een ondernemer gaan denken in mogelijkheden in plaats van moeilijkheden en bedreigingen. We zullen dus niet zozeer de medewerker op training moeten sturen, maar in eerste instantie de manager. Hij of zij zal de faciliteiten moeten bieden voor de medewerker om als ‘intrapreneur’ te kunnen acteren. Van de manager wordt verwacht dat hij zich als ware leider opstelt om de medewerkers te enthousiasmeren en te motiveren om het beste uit zichzelf naar boven te kunnen halen. De rol van de traditionele manager is dan ook uitgespeeld. Zowel de ondernemer als de manager dienen leiders te worden die de medewerkers faciliteren om tot bloei te kunnen komen. Pas dan kunnen we stappen voorwaarts maken.

 

Een succesvolle ondernemer is een tevreden ondernemer

Hoe tevreden een ondernemer over zijn ondernemerschap is, hangt af van de mate waarin hij of zij succes ervaart. Het subjectieve succes van de ondernemer is afhankelijk van meerdere factoren, waaronder het bereiken van financieel succes en in hoeverre men de persoonlijke doelen heeft behaald. Een meer individuele benadering van ondernemers, waarbij er aandacht is voor de verschillende factoren die bijdragen aan het ervaren succes, is daarom wenselijk.

In de academische wereld is een groeiende interesse te zien voor de subjectieve parameters van succes, naast de nog altijd overheersende focus op objectieve parameters, zoals het aantal medewerkers en de omzet (Van Praag en Versloot, 2007). Uit de literatuur blijkt dat ondernemers juist veel waarde hechten aan meer subjectieve indicatoren zoals autonomie, persoonlijke tevredenheid, relaties met klanten, en flexibiliteit (Kuratko et al., 1997). Een meer psychologische benadering van het ondernemerssucces erkent het belang van dergelijke persoonlijke ambities en doelen. Zo’n benadering is interessant omdat deze handvatten verschaft om het welzijn van de ondernemer te verbeteren. Daarom legt dit onderzoek de relatie tussen het subjectieve succes van de ondernemer en zijn welzijn, dus: hoe beïnvloedt het subjectieve succes van de ondernemer zijn tevredenheid? Ondernemers vormen het hart van onze economie; en door hen succesvoller en tevredener te maken, worden niet alleen de economie gestimuleerd, maar ook het welzijn van deze mensen en mogelijk van hun omgeving.

Subjectief succes en tevredenheid

De micro-economie is gericht op nutsmaximalisatie, waarbij het in wezen gaat om geluk. Ook in de dagelijkse praktijk van de ondernemer is dit aan de orde. Doe je als ondernemer nog wel de dingen waar je blij van wordt? Geluk is daarbij het ervaren van positieve gevoelens, in de literatuur vaak ‘subjectief welbevinden’ genoemd. Vormen van welbevinden zijn tevredenheid over je leven en tevredenheid over je werk. Onder de vele factoren die invloed hebben op welbevinden neemt werk een belangrijke plaats in. Werklozen zijn veel minder gelukkig dan anderen, zelfs als er wordt gecontroleerd voor een laag inkomen. Wat daarover bij ondernemers reeds bekend is, is dat zij tevredener zijn over hun werk dan mensen in loondienst (Andersson, 2008). Daarnaast leidt de overgang van een loondienstverband naar ondernemerschap tot een verhoging van de tevredenheid over het leven. De redenen voor deze grote mate van tevredenheid is gelegen in de autonomie, de flexibiliteit en het gebruik van vaardigheden dat ondernemerschap met zich meebrengt (Hundley, 2001).

Diverse studies laten zien dat er over het algemeen een relatie bestaat tussen succes en tevredenheid (o.a. Lyubomirsky et al., 2005). Gelukkige mensen zijn succesvoller op diverse terreinen, zoals huwelijk, vriendschap, inkomen en gezondheid. Dit is bovendien een tweerichtingsverkeer, dus succes maakt ook gelukkiger.

Methode en data

Onder 277 Nederlandse ondernemers is er in 2012 een digitale vragenlijst afgenomen. De enquete had niet alleen betrekking op subjectief ervaren succes en op tevredenheid over werk en leven, maar ook op de specifieke werkkenmerken die horen bij ondernemerschap en de relatie daarvan met werkstress en bevlogenheid (Dijkhuizen et al., 2014). De respondenten – ondernemers die langer dan een jaar als zodanig actief waren – keken daarbij onder andere terug naar het kalenderjaar 2011 en wat ze daarin hadden bereikt aan subjectief succes. Hierbij is de Subjective Entrepreneurial Success Scale (Dej, 2011) ingezet. Naast de schaal voor subjectief succes hebben de ondernemers ook een beoordeling gegeven van hun tevredenheid over hun leven en over hun werk als ondernemer. Hiervoor is de Satisfation With Life Scale (Diener et al., 1985) gebruikt om de tevredenheid in te schatten over het leven. Een afgeleide hiervan is ingezet voor het bepalen van de tevredenheid over het ondernemerschap.

Factoren subjectief succes

Uit de factoranalyse blijkt dat zes factoren doorslaggevend zijn voor het ervaren van succes. Hierbij gaat het om het persoonlijke financiële succes, het zakelijke financiële succes, de sociale factoren (maatschappelijke bijdrage en sociale erkenning), de relatie met klanten, het behalen van persoonlijke doelen (balans werk-privé en beslissingsvrijheid) en de persoonlijke ontwikkeling.

De hoogste scores wat betreft het ervaren van succes werden gevonden voor de factoren persoonlijke ontwikkeling, relatie met klanten en het behalen van persoonlijke doelen. Vooral de bevinding met betrekking tot het realiseren van persoonlijke doelen en persoonlijke ontwikkeling ligt voor de hand. De motivatie om als ondernemer te werken zit immers in het ‘eigen baas’ zijn, het uitdragen van de eigen visie, flexibiliteit en de vrijheid om je eigen beslissingen te nemen. De tevredenheid over de goede relatie met klanten kan wellicht voortvloeien uit de slechte economische tijd waarin het belangrijker is dan voorheen om deze band te verstevigen, om aldus financiële continuïteit te kunnen bewerkstelligen. De onderzochte steekproef van ondernemers in Nederland rapporteerde het minst vaak dat ze succesvol waren ten aanzien van het persoonlijke en zakelijke financiële succes. Twee jaar later zijn dezelfde schalen voorgelegd aan een deel van deze ondernemers die hadden aangegeven te willen deelnemen aan een vervolgonderzoek. Het blijkt dat ook in 2013 dezelfde succesfactoren naar voren komen die als frequent dan wel als infrequent worden ervaren.

Resultaten

Tabel 1 geeft de correlatie weer tussen de verschillende factoren van het subjectieve succes van de ondernemer en zijn tevredenheid over enerzijds het leven en anderzijds het ondernemerschap. Uit de correlaties blijkt dat er vooral bij de tevredenheid met het ondernemerschap een sterke relatie bestaat met het ervaren succes. Met name de relatie tussen het ervaren persoonlijke financiële succes en de tevredenheid over het ondernemerschap is groot. De tevredenheid over het leven is juist sterk afhankelijk van het ervaren succes op het vlak van het bereiken van persoonlijke doelen.

Opvallend is dat er verschillen tussen mannen en vroouwen zijn in de succesbeleving van het ondernemerschap. Op basis van gegevens over de omzet, de winst en het aantal medewerkers, kan worden geconstateerd dat de mannelijke ondernemers in zowel 2011 als 2013 een hogere score behaalden op deze objectieve criteria voor succes. Echter, op vrijwel alle items van het persoonlijk eén zakelijke financiële subjectieve succes geven vrouwen een hogere score aan voor wat ze hebben bereikt, dan hun mannelijke collega’s. Dit kan betekenen dat vrouwen een andere verwachting en wens hebben ten aanzien van het financiële succes dan mannelijke ondernemers. Het gaat We immers over de eigen perceptie van succes.

Tabel 1

Correlaties tussen subjectief succes en tevredenheid, 2012
                                                         

                                                          Tevredenheid           Tevredenheid
                                                          over het leven         over het ondernemerschap

Subjectief succes
Persoonlijk financieel succes        0,30***                      0,39***
Zakelijk financieel succes              0,18***                       0,32***
Sociale factoren                               0,19***                       0,20***
Relatie klanten                                0,18***                       0,30***
Persoonlijke doelen                        0,41***                       0,28***
Persoonlijke ontwikkeling             0,26***                       0,24***

*** Significant op eenprocentsniveau

Conclusie

Het bereiken van de persoonlijke doelen en ontwikkeling is cruciaal voor het ervaren succes van de ondernemer. Of een ondernemer tevreden is over zijn of haar ondernemerschap hangt veelal samen met het bereiden van persoonlijk en zakelijk financieel succes.

De relatie tussen het ervaren succes en de tevredenheid over het ondernemerschap suggereert dat een bredere kijk op succesvol ondernemerschap belangrijk is. Meer aandacht voor de individuele beleving van succes en welbevinden is goed voor de ondernemer en uiteindelijk voor de economie in algemene zin. Het zou voor beleidsmakers derhalve interessant kunnen zijn om een individuele benadering van ondernemers een plek te geven door individuele coaching en mentoring te stimuleren

 

Literatuur

Andersson, P. (2008). Happiness and health: Well-being among the self-employed. Journal of Socio-Economics, 37(1), 213–236.

Dej, D. (2011). Exploring entepreneur success from a work psychology perspective: the development and first validation of a new instrument. Dissertation: TU Dresden.

Diener, E., Emmons, R.A., Larsen, R.J., & Griffin, S. (1985). The Satisfaction With Life Scale, Journal of Personality Assessment, Vol. 49 (1), 71-75.

Dijkhuizen, J., Van Veldhoven, M., & Schalk, R. (2014). Development and validation of the Entrepreneurial Job Demands Scale. International Journal of Knowledge, Innovation and Entrepreneurship, 2, 70-88.

Gorgievski, M.J., Ascalon, M.E., & Stephan, U. (2011), Small business owners’ success criteria, a values approach to personal differences, Journal of Small Business Management, 49, 207-232.

Hundley, G. (2001). Why and when are the self-employed more satisfied with their work? Industrial Relations, 40, 293-316.

Kuratko, D.F., Hornsby, J.S., & Naffziger, D.W. (1997). An examination of owner’s goals in sustaining entrepreneurship. Journal of Small Business Management, 35, 24-33.

Lyubomirsky, S., King, L., &.Diener, E. (2005). The benefits of frequent positive affect: does happiness lead to success? Psychological Bulletin, 131, 803-855.

Van Praag, C.M., & Versloot, P.H. (2007). What is the value of entrepreneurship? A review of recent research. Small Business Economics, 29, 351-382.

 

Dit artikel is gepubliceerd als:

Dijkhuizen, J. (2014). Een succesvolle ondernemer is een tevreden ondernemer. Economisch statistische berichten Dossier Ecosystemen, 99, 72-74.

 

Vrouwelijke ondernemers en kinderen!?

Intro

De samenhang tussen vrouwelijk ondernemerschap en kinderen is al vele decennia bekend. Ruim dertig jaar geleden observeerden wetenschappers deze positieve correlatie al. Zij verklaren deze samenhang op basis van twee tegengestelde hypothesen:

  1. Omdat vrouwen – meer dan mannen – de druk voelen om betaald werk en de zorg voor kinderen te combineren, kiezen ze voor ondernemerschap. Deze vorm van zelfstandigheid biedt hen meer flexibiliteit.
  2. Ondernemers hebben meer kinderen om er zeker van te zijn dat ze een geschikte opvolger hebben voor het familiebedrijf.

Combi ondernemerschap en kinderen

In een recente studie van Florian Noseleit – Assistant Professor Rijksuniversiteit Groningen – is onderzocht of vrouwelijke ondernemers meer kinderen hebben óf dat vrouwen met meer kinderen eerder ondernemer worden. De resultaten uit zijn onderzoek laten zien dat vrouwen met meer kinderen inderdaad vaker als ondernemer aan de slag gaan. Flexibiliteit en de controle over de invulling van dagelijkse werkzaamheden om werk en zorgtaken te combineren, zijn dus belangrijk bij de beslissing om als zelfstandige aan de slag te gaan. Als een baan in loondienst voldoende flexibiliteit zou bieden, dan zou dit minder een reden worden voor het zelfstandig ondernemerschap. De keuze voor ondernemerschap is daarbij groter in landen met een hogere vraag naar flexibele arbeid. Daar slaat ondernemerschap goed bij aan.

Daartegenover staat dat ondernemerschap niet de oorzaak is dat vrouwen meer kinderen hebben. Dus ben je vrouw en ondernemer dan is het dus niet zo dat je meer kinderen hebt. Wel stellen vrouwen die zelfstandige zijn het krijgen van kinderen vaak uit in vergelijking met vrouwen in loondienst. Dat heeft verder geen effect op het aantal kinderen, dat verschilt niet tussen beide groepen.

Geadopteerde zonen

De eerste stelling kwam me erg bekend voor en gebruik ik zelf ook veelvuldig in gesprekken en presentaties. Ik moest in eerste instantie grinniken bij de tweede hypothese, maar het triggerde me wel en ik ging op verder onderzoek uit. Ik vond een interessant artikel bij The Economist over het ‘adopteren’ van volwassenen in Japan. Omdat ondernemerscompetenties voor het grootste deel zijn aangeleerd en niet aangeboren – zie ook mijn boek Het Ondernemersgen – gaan veel Japanse familiebedrijven op zoek naar de meest geschikte opvolger en dat kan ook buiten de familiegrenzen zijn.

In Japan was het tot de Tweede Wereldoorlog zo dat het familievermogen via de mannelijke lijn werd doorgegeven en wel naar de oudste zoon. In families met alleen dochters kwam er een vraag naar adoptiezonen die het familiebedrijf voortzetten. In de naoorlogse periode is dit ‘not done’, maar in de praktijk blijkt het moeilijk uit te bannen. Zo hebben bedrijven als Toyota en Suzuki geadopteerde zonen als topmanager aangesteld.

Aanwijzingen dat dit in Europese context eveneens het geval kan zijn, heeft Florian Noseleit in zijn studie niet direct gevonden. Hij vond slechts een mager bewijs voor verhoogde vruchtbaarheid voor vrouwen met een ondernemende partner. De reden hiervoor kan zijn dat dit de kans verhoogd op een geschikte opvolger voor het familiebedrijf. Maar keiharde data zijn hiervoor in deze steekproef niet gevonden.

Dus…

We kunnen uit het onderzoek concluderen dat vrouwen met meer kinderen vaker als ondernemer aan de slag gaan. Het omgekeerde, namelijk dat ondernemerschap de oorzaak is van het hebben van meer kinderen, is niet aangetoond. Een oproep aan vrouwelijke ondernemers is om je ambities te communiceren en samen met anderen ervoor te zorgen dat de werk- en zorgtaken ‘goed’ worden verdeeld.

Het wetenschappelijke artikel van Florian Noseleit kan worden opgevraagd door een mail te sturen naar info@josettedijkhuizen.nl.

 

Bronnen:

http://www.economist.com/blogs/economist-explains/2013/04/economist-explains-why-adults-adopted-japan

Noseleit, Florian (2014). Female Self-Employment and Children, Small Business Economics.

 

 

Vrouwelijk ondernemerschap in Pakistan

The land of endless horizons”

Bij mijn vertrek naar Lahore, Pakistan, had ik een beeld van het land dat was gevormd door de media en een aantal boeken die ik had gelezen. Het kwam op me over als een divers en verscheurd land dat letterlijk en figuurlijk vecht voor zijn bestaan. “The land of endless horizons” las ik op een presentatie en die slogan begrijp ik beter na mijn bezoek aan dit boeiende land.

De reden van mijn bezoek was de uitnodiging van de Trade Development Authority of Pakistan (TDAP) om als ‘keynote speaker’ op te treden bij een conferentie over vrouwelijk ondernemerschap. Zij zijn als het ware onze vroegere Kamer van Koophandel en actief op het gebied van handelsbevordering. Vandaar het congres dat werd gevolgd door een driedaagse beurs voor vrouwelijke ondernemers. Als koningin werd ik samen met Ria Doolaard-Meekers (PUM Senior Expert) ontvangen bij Expo Lahore, compleet met politie-escorte, rode loper, fotografen en ontvangstcomité. Het was zeer eervol om te mogen spreken over de situatie van vrouwelijke ondernemers in de wereld aan de hand van mijn VN-statement en suggesties te geven voor verbetering. Een van de thema’s die ik benoemde was om nu voorbij microkredieten en ‘inclusive finance’ te gaan en vrouwen te beschouwen als volwaardige ondernemers. Na mijn speech heb ik dit verder inhoudelijk besproken met een aantal NGO’s. Deze organisaties doen ongelofelijk goed werk bij het activeren van voornamelijk vrouwen op platteland. Door hen niet alleen een kleine lening te verstrekken, maar ook te trainen op het terrein van financiën – slechts 3% van de Pakistaanse vrouwen heeft een bankrekening! – marketing maar bijvoorbeeld überhaupt leren lezen en schrijven, is er daadwerkelijk sprake van ‘empowerment’. Het zijn misschien maar kleine stapjes, maar als we ons realiseren dat vrouwen in bepaalde gebieden het huis niet uit mogen om te gaan werken,dan is dit al een grote overwinning. Nu de vervolgstappen…

Dit fenomeen van geïsoleerde vrouwen die met handwerk een eigen inkomen verdienen op het platteland, hoorde ik ook veelvuldig op de beursvloer. Daar waren circa 300 stands van vrouwelijke ondernemers die hun waar tentoonspreiden. Degene die ik in die dagen kon spreken waren de verkopende ondernemers die wél naar buiten kunnen. Zij zijn als het ware de poort naar de klant. En met wat een passie, gedrevenheid en daadkracht ze dat uitvoerden! Al pratend merk je wel dat veel basiskennis, vooral op marketinggebied, ontbreekt, maar de potentie en motivatie is er zeer zeker. En dat zijn tenslotte cruciale randvoorwaarden voor succesvol ondernemerschap. Het is nu aan hen, de Pakistaanse TDAP en andere organisaties om deze onderneemsters naar een hoger niveau te tillen. Zelf heb ik daar diverse ideeën over die ik de komende tijd verder ga uitwerken, dus Pakistan: we will meet again!

Pakistan (14 van 33)

“We can do everything in our life when you have good intentions, faith, hard work and believe in yourself”
(Sarwat Imran, Hareer Islamic Dresses)

 

 

Passie en poen bij sociaal ondernemerschap

Steeds meer komt de term ‘sociaal ondernemerschap’ in de media met een grote diversiteit aan activiteiten. Voorbeelden hiervan zijn Taxi Electric in Amsterdam (werkt met 50-plussers), restaurant Ctaste (blinden in de bediening), brouwerij De Prael (werkt met mensen met een psychiatrisch verleden). Maar wat zijn nu de succes- en faalfactoren van deze ondernemers?

Overlevingskansen

Sociale ondernemingen zetten zich op een bedrijfsmatige manier in voor het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. De maatschappelijke winst staat daarbij voorop en de financiële winst is van belang om te kunnen voortbestaan. Die maatschappelijke winst maakt deze ondernemingen zo uniek en tevens essentieel voor economie en samenleving. Zij leveren een toegevoegde waarde door bijvoorbeeld werkzoekenden met afstand tot de arbeidsmarkt een baan te verschaffen. De financiële winst staat hevig onder druk en slechts een klein deel van de sociale ondernemingen lukt het een bedrijf op te bouwen dat zowel zakelijk als sociaal stevig op zijn benen staat. Veel van de sociale ondernemingen redden het niet, ondanks het hoge ‘knuffelgehalte’ en de sympathie waarop ze kunnen rekenen vanuit de overheid en de samenleving.

Onderzoek

VSBfonds en Start Foundation zijn al jaren actief als financier van sociale ondernemingen en zijn een onderzoek gestart naar de succes- en faalfactoren. Pakken de ondernemers in kwestie het verkeerd aan? Deugen hun ondernemingsplannen niet? Lopen ze vast in bureaucratie? In de studie stonden de factoren centraal die bijdragen aan het succes of falen van sociale ondernemingen die zich inspannen voor kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt.

Succesfactoren

Net als voor andere ondernemingen is de sleutel tot succes gelegen in de competenties van de ondernemer. Hij of zij zal marktgericht moeten zijn, want ook sociale ondernemingen zijn voor inkomsten afhankelijk van klanten. Maar ook andere kwaliteiten als visie, durf, doorzettingsvermogen en creativiteit gelden als onmisbare competenties. Aangezien de sociale ondernemer de weg goed moet weten naar instanties, subsidies en fondsen is samenwerking mogelijk een nog grotere sleutel tot succes in verband met de levensvatbaarheid van de organisatie, dan voor overige ondernemers. Uiteraard is ook bevlogenheid en passie van heel groot belang, maar dat geldt voor alle ondernemers. Zonder die ‘drive’ moeten ondernemers geen bedrijf beginnen.

Faalfactoren

Faalfactoren zijn er ook voor sociale ondernemers. Het gaat dan om interne factoren zoals een lagere arbeidsproductiviteit en hogere opleidingsbehoefte van medewerkers. Daarentegen zijn er externe factoren die cijfers onder druk kunnen zetten zoals een lage bereidheid van kredietverleners en het omgaan met een diversiteit aan geldschieters met verschillende belangen.

Al met al lijken sociale ondernemers dus erg op hun reguliere collega’s. Als het de situatie past zouden ze beter gebruik moeten maken van hun ‘knuffelgehalte’ om met een zakelijke inslag voldoende gelden binnen te halen. Het inzetten van het knuffelgehalte heeft echter ook nadelen. Klanten verwachten dan bijvoorbeeld een lagere prijs. Eén ding is zeker: met alleen een sociaal gezicht kom je er niet, hoe aantrekkelijk die ook is.

De onderzoeksgegevens die zijn gebruikt voor dit artikel komen uit het rapport ‘Sociaal ondernemen: passie en poen’, uitgevoerd door VSBFfonds en Start Foundation. Download hier de publieksversie: http://www.startfoundation.nl/rapport_passie_en_poen

 

 

Leren van etnische ondernemers

Het aantal allochtone ondernemers is het afgelopen decennium fors toegenomen. Wat kunnen we leren van andere ondernemerstradities?

Tussen 1998 en 2008 steeg het aantal allochtone ondernemers met maar liefst 230 procent. De term etnisch ondernemen krijgt ook steeds meer aandacht getuige de Bijzondere Leerstoel Etnisch Ondernemerschap aan de Universiteit van Amsterdam die op 12 november 2010 door Prof. Dr. Ewald Engelen is aanvaard. In zijn redevoering schetste deze hoogleraar het groeiende succes van etnisch ondernemerschap in Nederland. Het succes is niet alleen in het volume te zien (één op de acht ondernemers is van niet-Nederlandse origine), maar het etnisch ondernemerschap lijkt ook steeds meer op het ondernemerschap van autochtonen. De migranten begonnen tien jaar geleden voornamelijk een winkel of horecalocatie, maar over de afgelopen jaren zijn ze ook meer bedrijven in de zakelijke dienstverlening gestart (schoonmaak, automatisering en bijvoorbeeld catering). Een mooie ontwikkeling voor ondernemend Nederland, maar wat doen we hier nu mee?

We kunnen veel van elkaar leren als we kijken naar de goede dingen vanuit beide ondernemerstradities. Etnische ondernemers weten hoe het is om huis en haard achter te laten om naar een nieuw thuisland te gaan. Ze zijn opgegroeid in meerdere culturen en hebben eenvoudig toegang tot een ander land. Dit geeft voordelen op het gebied van taal, cultuur en contacten. Als autochtoon ondernemer kun je veel leren van ‘best practices’ bij internationale activiteiten van etnische ondernemers. Of je gaat samenwerken met een allochtone ondernemer die de ingangen in een land wél heeft.

Bovendien brengen etnische ondernemers een andere kleur en dynamiek naar een stad, dorp of wijk waardoor het aanbod van bijvoorbeeld winkels en horecagelegenheden diverser wordt. Dat kan van grote meerwaarde zijn, ook voor ‘inheemse’ ondernemers, door afstemming van het aanbod waardoor je bijvoorbeeld samen een ‘eet-boulevard’ kunt ontwikkelen die meerdere klantgroepen aantrekt.

Het zou mooi zijn als we door ondernemerschap beter integreren. Er zijn zo veel dingen die we van elkaar kunnen leren terwijl we onze eigen identiteit desgewenst kunnen bewaren.

Meer informatie over de oratie van Prof. Dr. Ewald Engelen is te vinden op www.vno-ncw.nl, onderdeel ‘Publicaties’, dossier Arbeidsmigratie.